Oud geld ís vaak geen geld

Vaak krijgen ze het te horen: waarom liggen de tennisbanen er zo slecht bij? Of: wanneer wordt het zwembad nu eens opgeknapt? ‘Voor buitenstaanders lijkt het soms zo gemakkelijk’, zegt Liline Haitsma Mulier. ‘Je woont op een landgoed en dús ben je rijk.’
logogilissen
 
 

Zo denken mensen al snel. Als je mooi woont, heb je ook genoeg geld om het landgoed bij te houden. In werkelijkheid ligt het heel anders. ‘Het kost een vermogen dit allemaal in stand te houden. En ons vermogen, dat is het landgoed zelf.’
Liline Haitsma Mulier van Marwijk Kooy (51) woont en werkt op landgoed Vollenhoven, een gebied van 128 hectare tussen De Bilt en Zeist. Een echte buitenplaats, met tuin, bos en park, en het classicistische ‘Grote Huis’, gebouwd aan het begin van de 19de eeuw, als stralend middelpunt. En er is meer, van koetshuis tot oranjerie, van theekoepel tot tuinschuur.
‘Het is zo on-ge-loof-lijk mooi’, zegt Haitsma Mulier. ‘Mensen verwachten niet dat er zo veel achter dat ene huis ligt.’
Eens, in elk geval al in de 16de eeuw, maakte het landgoed deel uit van het Benedictijnerklooster Oostbroek. Later kwam Vollenhoven in bezit van invloedrijke families: Van Tuyll van Serooskerken, Munter, De Smeth van Alphen, en Kluppel. In 1922 kocht M. van Marwijk Kooy samen met zijn schoonvader de hele buitenplaats op. Sinds die tijd is Vollenhoven eigendom van één of meer Van Marwijk Kooys.
‘Het is voor mij een heel dierbare plek’, aldus Haitsma Mulier (de achternaam van haar man). ‘Niet enkel omdat hier mijn geschiedenis en jeugd ligt. Mijn vader en grootvader hebben er altijd voor gevochten dit landgoed in stand te houden. Eigenlijk heb je maar één doel: dit moet blijven voortbestaan. En het liefst binnen de familie.’
Wat dus niet altijd meevalt, wat de buitenwereld ook mag denken. De BV Landgoed Vollenhoven draait nu net aan quitte. ‘Het lukt ons goed als er niets bijzonders aan de hand is. Maar zo gauw er iets groots moet gebeuren, bijvoorbeeld een nieuw dak ergens, kunnen er problemen ontstaan.’
Het is het probleem van ‘oud geld’: vaak is het geen geld, of althans geen cash. ‘Het vermogen zit in het huis, of in het landgoed’, zegt Etienne van Dam, vermogenstructureerder bij Theodoor Gilissen.
‘Zo’n landgoed zit al generaties lang in de familie. Je ziet vaak dat families een groot beroep moeten doen op hun geld om enkel dat bezit te kunnen onderhouden. Het beeld dat iedereen een Ferrari op de oprijlaan heeft staan, klopt van geen kant.’ Hij begrijpt goed dat de eigenaars op zoek zijn naar inkomstenbronnen. De belastingdienst helpt daar zelfs een handje bij mee, want wie voldoet aan de normen van de Natuurschoonwet, die het onderhoud en de toegankelijkheid van landgoederen bevordert, krijgt (deels) vrijstelling van onder meer de OZB, de winstbelasting en successierechten.
Van Dam: ‘Dat scheelt nogal. Als zoon of dochter het landgoed erft, zou hij of zij tien of twintig procent erfbelasting moeten betalen. Vaak is dat geld helemaal niet beschikbaar.’
‘De Natuurschoonwet is een mooi instrument’, meent Haitsma Mulier. ‘Het scheelt vooral in successierechten. Vroeger moest je een stuk van het land verkopen om die rechten te kunnen betalen. Nu kun je het landgoed bewaren als een geheel, het raakt niet versnipperd.’ De familie heeft daarom ook in 1995, na het overlijden van Haitsma Muliers grootmoeder, een bv opgericht. Vijf kinderen hebben de aandelen in bezit, een administratiekantoor ziet erop toe dat het belang van het landgoed wordt gewaarborgd.
Vollenhoven heeft destijds gekozen voor openstelling. Alleen landgoedeigenaren die de poorten (met enige regelmaat) opendoen voor het publiek, krijgen volledige vrijstelling van successierechten en schenkingsrechten. Haitsma Mulier: ‘Daar hebben we wel degelijk rekening mee gehouden.’
En zo worden landgoedeigenaren ‘uitbater’ van hun eigen landgoed en kunnen ze dat bijzondere bezit te gelde maken. Een van de eersten die dat vroeg doorhad, was Philip Graaf van Zuylen van Nijevelt. Hij stelde zijn landgoed in de duinen van Wassenaar al in 1935 open voor publiek, vanwege de belastingverlaging die de familie kreeg.
De naam van het park: Duinrell. Zoon Hugo zette de lijn door. Waren er eerst alleen een theehuis, een hertenkamp en een skibaan met dennennaalden, later volgden het tropische Tikibad, de Mad Mill en de achtbaan Falcon. Nu kent iedereen het landgoed als ‘attractiepark en camping’. De kleinzonen van de oprichter, Philip en Roderick, zijn nu beiden directeur.
Bij Vollenhoven is het allemaal minder groot. En zo wil Liline Haitsma Mulier het ook wel ongeveer houden. ‘Ik wil geen twintigduizend mensen op het terrein, het moet geen Kalverstraat worden. We willen de sfeer niet kwijtraken.’ Vollenhoven haalt nu onder meer inkomsten uit de jaarlijkse Tuindagen (entree 6,50 euro) en de verhuur van de huizen en de oranjerie. Binnenkort gaat de familie een stuk grond, op het deel dat door de A28 is afgesneden van de rest, in erfpacht uitgeven. ‘Dan draaien we zeker quitte.’
De Van Marwijk Kooys doen veel zelf, samen met vrijwilligers. Er is één tuinman in dienst. Dat ziet er op Heerlijkheid Mariënwaerdt, een landgoed van 900 hectare aan de Linge tussen Beesd en Geldermalsen, wel even anders uit: daar staan 130 medewerkers op de loonlijst.
De bedrijvigheid is dan ook enorm. Mariënwaerdt, waar in 1129 een Norbertijner abdij werd gesticht, huisvest tegenwoordig onder meer een gemengd bedrijf met biologische landbouw, een melkveehouderij, een Landgoedwinkel, een bed & breakfast, een brasserie, een pannenkoekenhuis en locaties voor feesten en partijen. Duizenden bezoekers komen af op de zomer- en kerstfairs. Er is zelfs een tijdschrift (Heerlijkheid), met als ondertitel: ‘Daar waar het leven goed is’.
‘We hebben weinig last van de drukte. Het pannenkoekenhuis zit helemaal aan de rand van het landgoed’, zegt Nathalie van Verschuer (43). Ze spreekt vol liefde over de hoogstambomen aan de Appeldijk, de oude boerderijen die bewaard zijn gebleven, en het rivierenlandschap van stroomruggen en komgronden.
Ze is getrouwd met Frans (52), uit de negende generatie Van Verschuer die het landgoed beheert. Mariënwaerdt zit al sinds 1734 in de familie. Nathalie en Frans van Verschuer zijn beiden directeur; ze hebben het stokje overgenomen van de baron en barones, inmiddels tachtigers.
Op Mariënwaerdt heeft de landbouw altijd een prominente plek ingenomen. De schoonvader van Nathalie van Verschuer was (naast zijn fulltime baan bij de Rabobank) actief in de akkerbouw en fruitteelt, haar man Frans is begin jaren tachtig begonnen met een melkveebedrijf. In de jaren negentig besloten ze ‘meer te gaan doen’, want met de melkveehouderij ging het dan wel prima, maar ‘niet dermate goed dat je er een heel landgoed mee in stand kunt houden’.
De focus kwam te liggen op biologische landbouw. ‘Zelf kaas maken, jam en sauzen. Allemaal biologisch. We verkopen alles in de Landgoedwinkel en aan natuurvoedingswinkels en delicatessenzaken. Zo onderscheiden we ons. We geven een eigen identiteit aan de producten.’
Het lukt. Van Verschuer: ‘We genereren nu genoeg extra inkomsten. We zouden de makkelijke weg kunnen kiezen en een stuk land kunnen verkopen, maar dat willen we niet. We voelen de passie om het landgoed voort te zetten.’
Liline Haitsma Mulier van landgoed Vollenhoven: ‘We hoeven niet ontzettend veel geld te verdienen. Het gaat ons om het landgoed zelf. Als we het willen behouden, moeten we verder. We moeten niet stil gaan staan, we kunnen niet blijven teren op de dingen van vroeger.’
Al is de nostalgie onbetaalbaar. Op Mariënwaerdt is nog steeds walnotentaart te koop. Gebakken door de barones zelf. 

of bekijk deze eens...

‘Ik ben vóór de schoonheid’

Interview met rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol voor het blad ‘Fact’ van Deloitte. Over het ‘beeldschone’ Nederlandse landschap.

Microcomputer in je bovenarm

Interview voor het blad ‘Fact’ van accountants- en advieskantoor Deloitte. Melanie Rieback, universitair docent Informatica aan de Vrije Universiteit in Amsterdam,over de privacygevoeligheid van RFID-chips.

Altijd die uitdaging zoeken

In opdracht van Ernst & Young (nu EY), organisator van de verkiezing Entrepreneur of the Year: interview met Frans van Seumeren, investeerder in de offshoresector en eigenaar van FC Utrecht.