Wonen bij de boer

Op de meeste boerderijen wordt allang niet meer geboerd. Nieuwe bewoners betrekken vrijgekomen panden, agrarische grond maakt plaats voor infrastructuur en nieuwe natuur. Maar hoe idyllisch is buiten wonen nu echt?
 

Hij heeft er weer een te koop zien staan: mooi oud huis midden in Holwerd, doorgaande straat, vier slaapkamers, tuin van vijftien meter diep.
‘Dat kost hier maar 160.000 euro. Kom daar maar eens om in Amsterdam’, zegt Jan Idsardi. Hij is akkerbouwer, runt een van de tien boerenbedrijven in het Friese dorp. ‘Meestal gaat zo’n huis naar iemand uit de buurt, maar soms is het iemand van buiten. Als je ervan houdt, is het prachtig wonen hier, hoor! Ruimte, rust, schone lucht. En de mensen zijn vriendelijk.’
Het kan zo in een folder. Ruimte, rust, schone lucht? Ga op het platteland wonen! En waarom niet? Bijna één op de drie stedelingen zegt ooit naar het platteland te willen verhuizen, zo blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) van vorig jaar. Zo’n twee miljoen Nederlanders spreken de voorkeur uit voor ‘landelijk wonen’.
Niet dat er nu een enorme trek naar het platteland gaande is, constateert Anja Steenbekkers, projectleider van het meerjarig onderzoeksproject ‘De sociale staat van het platteland’ van het SCP. ‘In tijden van crisis is eerder de stad weer iets populairder, want daar is makkelijker werk te vinden.’
Maar de samenstelling van de bevolking verandert. Generaliserend: het platteland ontgroent en vergrijst. Jongeren gaan naar de stad, de bevolking die blijft wordt gemiddeld ouder. ‘En er gaan relatief meer ouderen op het platteland wonen, vooral uit de groep 50- tot 64-jarigen. Om te genieten van een betaalbare, rustige oude dag.’
Rust: dat woord keert vaak terug in de redenen waarom het platteland aantrekkelijk lijkt. ‘De meeste Nederlanders hebben een tamelijk idyllisch beeld van het platteland’, aldus Steenbekkers. ‘Het is alsof dat beeld van de jaren vijftig een beetje blijft hangen. Je loopt altijd zo bij de buren binnen, kinderen gaan samen naar school toe, moeder zit thuis met een kopje thee op ze te wachten. Dat beeld klopt natuurlijk maar deels. Het platteland is echt geen achtergebleven gebied.’
Een voorbeeld: ook op het platteland worden de familiebanden losser. ‘Kerk, familie, het is allemaal iets minder dwingend aan het worden’, zegt Steenbekkers. ‘Er lijkt meer vrijheid te zijn. Dat is gunstig voor iemand die wil aarden op zo’n nieuwe plek.’
De ‘import’ ziet doorgaans meer plussen dan minnen. Oké, de bioscoop en het museum zijn verder weg. Misschien is er geen Albert Heijn maar een kruidenier die enkel het hoogstnoodzakelijke in de schappen heeft. De bus komt maar eens in het uur langs of alleen in de spits. Daar staan pluspunten tegenover: de huizen zijn goedkoper. De dorpsgemeenschap is vitaal. Er is over het algemeen een actief verenigingsleven. Kinderen kunnen doorgaans zelf op de fiets naar school. En niet te vergeten: je groet elkaar gewoon op straat.
‘Stedelingen pikken de lokale tradities snel op’, zegt Wim Canzano, adviseur in de Betuwe en de Bommelerwaard bij LTO Vastgoed, de makelaarstak van de landbouworganisatie. Klagen de stadse nieuwkomers misschien in het begin over de geluidskanonnen die de fruitteler moet gebruiken om spreeuwen te verjagen, later zien ze de noodzaak er wel van in.
‘Als je op het platteland wilt wonen, moet je met bepaalde zaken rekening houden. Als de mest wordt uitgereden of de maïs wordt binnengehaald, kom je op de weg wel eens achter een trekker te rijden. Dan ga je niet inhalen, je wacht. Net zoals je respect toont voor het geloof. De zondag is in dit gebied heilig.’
Hij heeft ‘er veel zien komen’ in de twaalf jaar die hij nu in de makelaardij zit, senioren, gezinnen, ‘mensen die weg willen uit het drukke westen.’ Vooral de voormalige boerderijen zijn in trek. ‘Soms komen ze hier omdat ze paarden willen houden of een bed & breakfast willen beginnen – dat soort ideetjes.’
Het boerenleven raakt op de achtergrond. Volgens een telling uit 2006 zijn er ongeveer 140.000 boerderijen, maar daarvan zijn er maar zo’n 50.000 in gebruik als agrarisch bedrijf. Nieuwe bewoners betrekken de panden van de boeren, agrarische grond maakt plaats voor verstedelijking, infrastructuur en nieuwe natuur. Leuk voor de nieuwkomer en de recreant, maar voor een boer het teken dat het gedaan is met de rust. Een boer uit Brabant zegt tegen het SCP: ‘Dat begint ’s morgens vroeg met etsers, wielrenners en skaters en weet ik veel. Het wordt steeds drukker.’ Een ondernemer uit Zeeland is positiever: ‘Zelfs midden in de zomer kan je in Noord-Beveland nog echt de rust vinden. Ja, dat vind ik zalig. Dat is ook een van de redenen dat ik hiernaartoe ben verhuisd.’
Akkerbouwer Jan Idsardi ziet dat ‘de mensen steeds verder van de landbouw af komen te staan’. Het stimuleert hem juist meer uit te leggen. Begrip te kweken. Met collega-boeren begon hij enkele jaren geleden de vereniging EcoLaNa (Economisch en ecologisch verantwoorde Landbouw en Natuur): eigenlijk een gemengd bedrijf nieuwe stijl, met koeien, aardappelen en schapen. De boeren werken samen op 280 hectare, wisselen land uit, zodat er zo min mogelijk mest wordt gebruikt.
‘Je kunt best mensen toelaten op je land’, zegt Idsardi. ‘Stedelingen begrijpen anders niet waar je mee bezig bent. Zo kom je tot elkaar.’ De boeren gaan samen een wandelpad door het gebied openen, langs weidevogels die er bescherming genieten en schapen die het graaswerk doen. ‘Mensen wandelen steeds meer. Dat gebruiken we. Zo kunnen ze goed zien hoe mooi het platteland eigenlijk is.’

of bekijk deze eens...

Het nieuwe oud worden

Artikel voor het magazine ‘Seriously’ van private banker Theodoor Gilissen (nu Insinger Gilissen). Wat zijn de opties voor zijn welgestelde, ouder wordende cliënten?

Rust in de stad

Reportage over Westerdokseiland in Amsterdam voor het magazine ‘Maatwerk’ van WestlandUtrecht Bank. Stedelijk wonen nieuwe stijl.

Microcomputer in je bovenarm

Interview voor het blad ‘Fact’ van accountants- en advieskantoor Deloitte. Melanie Rieback, universitair docent Informatica aan de Vrije Universiteit in Amsterdam,over de privacygevoeligheid van RFID-chips.