Nergens zou je zeggen dat Manchester – 600 duizend inwoners, 2,6 miljoen als je Greater Manchester telt – het hart is van het op een na grootste stedelijke gebied van Groot-Brittannië. Het compacte centrum van pakweg twee bij anderhalve kilometer is makkelijk te belopen. Het warme terracottarood van de oude katoenfabrieken en –magazijnen die nu hotels, winkels, pubs of appartementen herbergen, maakt het allemaal nog gemoedelijker.
Dat fabrieksverleden ligt overal aan de oppervlakte. Manchester, de eerste industriële stad ter wereld. Waar Marx en Engels elkaar ontmoetten. In de Chetham’s Library bespraken en vervloekten ze de belabberde leefomstandigheden van de nieuwe arbeidersklasse en werd het Communistisch Manifest in de steigers gezet. Manchester, de stad die nog steeds te boek staat als minst aristocratische dan wel meest egalitaire stad van het koninkrijk.
Stad vol werkbijen, zonder koningin: de bijen staan in het stadswapen, op bankjes, trottoirtegels en prullenbakken, op de klok in de toren van het victoriaanse Palace Hotel. Manchester is van alle Mancunians, zoals de inwoners van de stad worden genoemd; je voelt een gedeeld verleden.
Maar vraag een pubgenoot naar wat hij nu eigenlijk vindt van de stad en alle vernieuwingen van de laatste jaren, en het antwoord kan zomaar zijn: ‘Bobbins.’ Mancunians voor rubbish, nonsens. Maar ondertussen.
‘Mancunians zijn trots op het erfgoed van de stad. Daar is iedereen mee geboren’, zegt Dave Moutrey, directeur van HOME, het binnenkort te openen centrum voor hedendaagse kunst, theater en film. ‘Zo nu en dan zullen ze vooral zeggen wat er beter en anders moet en dan winden ze er ook geen doekjes om. Maar verwar dat niet met een gebrek aan trots. Die zit ingebakken.’
Er is natuurlijk de trots op het recente verleden, dat je zelf kunt vinden in Oldham Street. Na het instorten van de industrie, een vervallen straat waar je na het donker liever niet kwam, maar nu het kloppend hart van alles wat onafhankelijk, fashion en design is. Kijk in de bakken van Vinyl Exchange, de beroemde platenzaak, of Piccadilly Records en je vist er zo een stukje Manchester uit: Oasis, Joy Division, The Smiths, New Order, Happy Mondays. En de lijst is langer: The Hollies, 10CC, Bee Gees, The Stone Roses, Take That.
Simply Red ook nog: die maakte Band on the Wall, de club die vroeger inderdaad een podium aan de buitenmuur had, definitief illuster. Nu staat er wekelijks een rij voor weer een mogelijke ontdekking. Je weet maar nooit. Bij het Night and Day Café, even verderop op Oldham Street, zijn de band Elbow en ook Badly Drawn Boy naar boven komen drijven.
Manchesters palmares is oneindig. De eerste passagierstrein reed hier (1830, naar Liverpool), ’s werelds eerste professionele voetbalcompetitie werd hier opgezet (1888), het Hallé Orchestra (1858) is het oudste symfonieorkest van het Verenigd Koninkrijk. Rolls ontmoette Royce voor het eerst in het Midland Hotel (1904). Ernest Rutherford ontdekte aan de Manchester University hoe een atoom in elkaar zit. ‘Baby’ (1948) is hier geboren, de eerste computer die een programma kon opslaan. Nobelprijzen gingen naar 25 geleerden in Manchester.
Manchester is het imago van ‘vieze industriestad’ van zich af aan het werpen. De rook is allang opgetrokken, het zwart van de kolen is van de oude gebouwen gepoetst en de nieuwe architectuur doet de stad blinken. Bibliotheken vernieuwen, musea en culturele centra openen of heropenen en oud-United-aanvoerder Gary Neville ontvangt in maart de eerste gasten in zijn Hotel Football bij Old Trafford; The New York Times zette de stad al op de lijst ‘52 Places to Go in 2015’.
Het begon eigenlijk al in de jaren negentig met de heruitvinding van het vervallen havengebied aan de westkant van de stad: in Salford Quays, zoals de wijk nu heet, vind je het Imperial War Museum North van Daniel Libeskind, entertainmentcentrumThe Lowry en Media City UK met de BBC als een van de bewoners.
In het centrum van de stad is het hele winkelgebied vernieuwd, ten dele afgedwongen door de zware bomaanslag van de IRA van 1996 in Corporation Street (geen doden, wel 212 gewonden en 700 miljoen pond aan schade).
Het nieuwe kunstencentrum HOME, dat vanaf komend voorjaar 500 duizend bezoekers per jaar verwacht, is onderdeel van alweer een vernieuwingsplan. Het gloednieuwe gebouw, ontworpen door het Nederlandse bureau Mecanoo, staat in het hart van First Street North, luttele jaren geleden niet zo’n beste buurt.
‘Dit was in de jaren negentig nog een van de meest vervuilde delen van de stad. Er stond een gasfabriek, er zat overal cyanide in de grond’, zegt directeur Dave Moutrey. ‘Nu gebeurt er van alles op First Street: we hebben cultuur, maar er is ook een kantorencomplex, een restaurant, er zitten appartementen in de oude textielfabriek Macintosh Mills, en binnenkort gaat viersterrenhotel Innside open.’
Zijn visie: ‘Mensen willen wonen in een stad waar interessante dingen gebeuren.’ Vandaar het accent van de stad op cultuur. ‘We willen laten zien dat we meer hebben dan Manchester United en Manchester City.’
Bij de Whitworth Art Gallery heerst dezelfde stemming. Dit 125 jaar oude museum, met tekeningen en aquarellen van onder anderen J.M.W. Turner en William Blake, heropent half februari na een ingrijpende verbouwing. Het Edwardiaanse gebouw aan Oxford Road dat tot voor kort meer op een verlaten fabriek leek, heeft nu een uitbreiding aan de achterkant en is volledig gemoderniseerd. De publieke ruimte is verdubbeld, er komen lessen voor kinderen, en volgens curator David Morris gaat het Garden Café (met een glazen wand die opent naar de beeldentuin) een van de meest romantische plekjes van de stad worden. ‘Een geweldige plek voor een huwelijksaanzoek.’
David Morris ziet dat de stad zich op meer locaties ‘opent’. Publieke ruimten zijn belangrijker geworden vergeleken met vijftien jaar geleden, zegt hij. ‘Je kunt nu vanaf meer plekken over de stad uitkijken, rondlopen in de stad is nu echt een mooie ervaring, er is zo veel te doen en te zien. Manchester is een internationale stad geworden.’
Cijfers van Marketing Manchester staven dit. Het aantal internationale bezoekers is sinds de Commonwealth Games van 2002 met ruim 75 procent gestegen naar ongeveer een miljoen per jaar – een derde plek na Londen en Edinburgh. Wat betreft Britse toeristen staat Manchester op de tweede plek: bijna 3 miljoen per jaar.
Toppers zijnThe Lowry, het Museum of Science and Industry MOSI, en ja, het voetbal. Het museum van Manchester United op Old Trafford staat in de top-10, en dat terwijl de shop van de club ook op niet-wedstrijddagen een compleet gekkenhuis is, en de wedstrijden niet eens meetellen als attractie.
Nieuwe trekpleister is het National Football Museum dat na vestiging in Manchester meer dan een half miljoen bezoekers per jaar trekt.
‘This is Manchester, we do things differently here’, zei Tony Wilson (1950- 2007) al, de impresario, presentator en nachtclubeigenaar, mede-oprichter van Factory Records en drijvende kracht achter onder meer Joy Division, New Order en Happy Mondays. Hij was ook mede-eigenaar van club DRY aan Oldham Street, de stek ook van New Order, waar je aan de bar tegenwoordig een French Martini of een Cherry Drop bestelt. In je gewone kloffie, at is prima hier.
Manchester. Beroemde stad, hippe stad, creatieve stad. Maar alles bijna ongemerkt. Want overdrijven, dat is bobbins.