Na de Troubles de toeristen

Belfast krabbelt op. Restaurants, hotels en cafés duiken op in de binnenstad, waarvan een groot gebied jarenlang door politie of leger was afgeschermd. ‘Je voelde het, er gebeurde iets.’

volkskrant

 
 
Gelukkig kunnen Belfastians om zichzelf lachen. Je moet ook wel, zeggen ze, want kijk nou toch: toeristen komen naar de stad omdat hier een cruiseschip is gebouwd dat na een paar dagen zou zinken, of om te zien in welke straten een slepende oorlog is uitgevochten. Tijdens een tour kan de gids ook nog wijzen op de Northern Bank: Belfast heeft de eer dat hier in 2004 de grootste bankoverval plaatsvond die de Britten en Ieren ooit hebben meegemaakt. Buit 26,5 miljoen pond. Bloody hell. ‘Kijk, in dat steegje stond hun busje te wachten.’
Misschien komt het door het weer. Het is wat het is. Regen. Als het in het weekeinde 15 graden dreigt te worden, met misschien geen regen, heeft iedereen in de pub het over een naderende hittegolf.
Eerst dat schip. Alle 1.517 doden van de Titanic worden herdacht op het monument bij City Hall, dat wel, maar de ramp is al zo lang geleden – we zijn al vele Hollywoodfilms verder – dat er ook grappen kunnen worden gemaakt. In St. George’s Market bestel je dus een Titanic-hamburger niet met ‘lettuce’ maar met Icebergsla. Iedereen grapt ook over het gloednieuwe Titanic Belfast-gebouw: dat moet vier glimmende scheepsrompen voorstellen, maar als de zon er fel op schijnt, lijkt het net een ijsschots. Wie naar de ‘Titanic Experience’ gaat, kan dus gewoon tegen de taxichauffeur zeggen dat hij naar ‘The Berg’ wil.
En dan de oorlog. Over ‘The Troubles’ zelf, de strijd om Noord-Ierland die tussen 1969 en 1998 aan bijna 3.500 het leven heeft gekost, maakt niemand grappen. Dat is te vers, dat hoort nog bij het Belfast van nu; de tegenstander van twintig jaar geleden, iemand van de IRA of juist van de Ulster Freedom Fighters, zit mogelijk op de barkruk naast je. Maar bizar genoeg is de oorlog tussen de republikeinen (doorgaans katholieken) en de loyalisten (protestanten) een unique selling point van de stad. Overal, tussen alle winkels, pubs en restaurants, zitten de bewijzen. Het Europa Hotel, waar politici overnachtten, is het meest gebombardeerde hotel ter wereld: dat soort weetjes horen bij Belfast. De Crown Liquor Saloon aan de overkant, eigendom van de National Trust, de Britse monumentenzorg, vanwege het Victoriaanse glas- en houtsnijwerk – is dus vermoedelijk de bar die het vaakst nieuwe ramen heeft moeten plaatsen.
Jarenlang was er een stopverbod bij de ingang van het hotel, nu kan de taxi, shuttlebus of feesthummer tot aan de deur komen.
‘Het verleden hebben we afgesloten’, zegt Nick Price, eigenaar van Nick’s Warehouse. Zijn restaurant, een van de populairste in de stad met veel lokale producten, zit midden in Cathedral Quarter, de wijk in het centrum die is uitgegroeid tot toonbeeld van het nieuwe Belfast. Price geldt als een pionier: hij kocht al in 1988, tien jaar voordat het Goede Vrijdag-akkoord werd getekend, een verslonsd pakhuis op van Bushmills Whiskey – ‘vier muren, wat vaten en een stel duiven’. Er was toen nog bijna niets in Cathedral Quarter, het was de tijd dat er amper kroegen waren in het centrum, een groot gebied was jarenlang afgeschermd geweest door de politie of het leger. De Duke of York was er al wel: daar heeft Gerry Adams, leider van de Sinn Féin (jarenlang ‘de politieke tak van de IRA’ genoemd, nu gewoon een partij) en hoofdrolspeler in het vredesproces, in zijn jonge jaren achter de bar gestaan.
Het Cathedral Quarter, genoemd naar de St. Anne’s Cathedral, die sinds 2007 een 40 meter hoge roestvrijstalen ‘Spire of Hope’ op z’n dak heeft staan, is nu de wijk waar het gebeurt. Dankzij Price, maar vooral dankzij het Merchant Hotel dat in 2006 zijn deuren opende. Het luxueuze hotel, gevestigd in het oude gebouw van de Ulster Bank aan Waring Street, gaf de definitieve boost die de wijk nodig had. ‘Je voelde het’, zegt Price, ‘er gebeurde iets, er was ineens vertrouwen.’
Het ging lopen, zogezegd. Met The Spaniard Bar (die de Ierse pubsfeer combineert met tapas en twee goudvissen), het boetiekhotel Malmaison (ook in een voormalig pakhuis), Kremlin en Mynt (voor de gays), en Muriels Bar in Church Lane (waar de bovenverdieping eruitziet als een boudoir, met fauteils en schemerlampen). Er is in september een gratis Culture Night, in mei een Festival of Fools. Nieuwste aanwinst is het muziek-, dans-, theater- en kunstcentrum MAC, het Metropolitan Arts Centre, aan Saint Anne’s Square. Aan dat plein wordt nu Aziatisch gegeten in House of Zen en worden cocktails gedronken bij de 4th Wall.
‘De sfeer is heel prettig’, zeg Price (59). ‘Ik denk dat het komt doordat dit deel van de stad nooit van iemand is geweest. Niet van de katholieken, niet van de protestanten. Het heeft altijd iets neutraals gehad. Dan kun je er gemakkelijker iets nieuws bouwen.’
Zijn zoon en werknemer Ben (29), die 15 was toen de vrede werd getekend, zegt die last van het verleden sowieso niet te dragen. ‘Ik kan me enkel nog herinneren dat ik door deze buurt liep als ik naar school moest. Het was een beetje eng, behoorlijk donker. Maar de tegenstellingen van vroeger spelen in mijn generatie helemaal niet. We willen allemaal hetzelfde. Move on. Niemand wil terug naar toen.’
De garantie: wie in Belfast naar een pub gaat, raakt uiteindelijk altijd aan de praat met een Belfastian. Die ongetwijfeld zal zeggen dat het morgen echt, maar nu écht, een warme dag wordt.

of bekijk deze eens...

Koning klant

Een merk moet je ráken, zegt reclamegoeroe Kevin Roberts van Saatchi & Saatchi. ‘Just hit me, baby!’

Over onwerkelijk gesproken

Op de Galápagos-eilanden, sinds deze week officieel Bedreigd Erfgoed, ben je vooral te gast bij de dieren: bij de reuzenschildpad en de blauwpotige booby.

Moet ik zien

Noem ze verplichte nummers, iconen of clichés: die-zien-voor-je-doodgaat dingen. De Acropolis, het Colloseum, de Mona Lisa, en zeker dat wereldwonder dat nog bestaat.